Een bollenareaal van 2.625 hectare is een minimum vereiste voor een vitale Duin- en Bollenstreek, vindt LTO Noord-bestuurder Wim van Haaster. Van Haaster meldt dat naar aanleiding van de introductie van een zogeheten ‘Gezamenlijk regionaal gebiedsperspectief’ vorige week, door provincie Zuid-Holland en de zes inliggende gemeenten. In de reacties werd sterk de nadruk gelegd op het belang van kenniscentrum voor de bollenteelt en het toerisme in de streek.

Dat zou volgens een reactie van de provincie ‘economisch en cultureel kansrijker zijn dan alleen productie en handel.’ Op het gebied van toerisme liggen kansen door de verbinding te versterken tussen de kwaliteiten van de kust, de bollengebieden met de landgoederen, het plassengebied bij Warmond en de historische binnenstad van Leiden.

‘De indruk wordt daarmee gewekt alsof een deel van de teelt wel naar het omliggende gebied kan worden verplaatst, wat op zich ook mogelijk is, als dat maar niet ten koste gaat van bestaand areaal in de Duin- en Bollenstreek’, stelt Van Haaster. ‘Het kenniscentrum is daar ook bij gebaat, zo is destijds in de commissie Heijkoop ook vastgesteld.

Ideale structuur

Volgens de tuinbouwbestuurder zijn bepaalde bolgewassen afhankelijk van de ‘eerste klas bollengrond met een ideale structuur en een gegarandeerde constante waterhuishouding’, zoals hyacinten, tulpen, dahlia’s en zantedeschia’s. ‘Dat areaal is niet zomaar naar het buitengebied te verplaatsen.’

Van Haaster is daarentegen blij met de gezamenlijke aanpak op het gebied van de ruimtelijke ordening. ‘Alleen door middel van goede onderlinge afstemming kan verder versnippering worden voorkomen.’

Goed werk

Zo zijn er goede afspraken gemaakt over woningbouw en ook over de mogelijkheden om verouderde gebieden op te knappen, vindt LTO Noord. ‘De Greenport Ontwikkelingsmaatschappij doet daar goed werk.’

Dat alles zorgt ervoor dat de Duin- en Bollenstreek vitaal blijft. ‘En een bloeiende bollensector maakt deze streek voor de toeristen ook weer aantrekkelijker.’