De Hogeveense polder draagt sinds één jaar de eretitel ‘Bollenpolder van de Toekomst’. Hiermee hebben vertegenwoordigers van bollentelers, overheid en natuurorganisaties de ambitie uitgesproken om samen te werken aan een duurzame polder.

Bollengrond is waardevolle grond, daar zijn de betrokkenen het over eens. Wat kan een teler dan toch op eigen terrein doen voor natuur? Natuurvriendelijke oevers of gebruik van groenbemesters bijvoorbeeld.  Daarover spraken telers met elkaar en diverse organisaties op 5 november jl. Zij waren op bezoek bij Mark van Paridon, die aan de rand van zijn perceel experimenteert met kleine stukjes natuur.

Gebruik je groenbemesters, dan heb je minder onkruidbestrijdingsmiddelen nodig. ‘Dat wordt van ons gevraagd door de maatschappij máár levert ons dus ook iets op,’ aldus een teler. De presentatie van Guus Braam (Delphi) over groenbemesters werd dan ook goed ontvangen.

Hoogheemraad Waldo von Faber pleitte voor natuurvriendelijke oevers waar dat mogelijk is: ‘Een geleidelijke overgang van water naar land voor een rijk en gevarieerd leven. Goed voor planten en dieren en het draagt bij aan een verbetering van de ecologische waterkwaliteit.’

Momenteel wordt er door de Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van insecten rond de natuurgebiedjes die Van Paridon heeft aangelegd. De aanwezigheid van insecten kan één van de succesfactoren zijn voor behoud van de patrijs in de polder. Dat er meer leeft in en rond natuurvriendelijke oevers is duidelijk. Maar gevraagd naar drempels om niet nú een natuurvriendelijke oever aan te leggen, bleek er nog behoefte te zijn onder de telers aan meer informatie over de resultaten van een natuurvriendelijke oever. ‘Wat werkt wel en wat werkt niet?’ ‘Het liefst krijg ik een keuzemenu met voorbeelden die ergens anders al getest zijn’, verklaarde één aanwezige zijn afwachtendheid.

Het helpt telers ook wanneer het aanvragen van subsidie eenvoudiger is. Zij zien graag dat de overheid snel beslist op aanvragen. Telers moeten snel beslissen wat er met vrijgekomen grond gebeurt. In de praktijk botst dit dus wel eens.

De avond werd afgesloten met een borrel waar de beste ideeën van de avond spontaan ontstonden. Deze avond krijgt dan ook een vervolg in februari. Dan delen de betrokkenen hun eigen toekomstbeelden voor de Hogeveense polder met elkaar.

Waldo von Faber gaat vóór die bijeenkomst nog persoonlijk in gesprek met telers. De eerste uitnodiging staat al in de agenda. En zo wordt samen stap voor stap het concept ‘Bollenpolder van de Toekomst’, verder ingevuld.

De samenwerkingspartners:

Hoogheemraadschap van Rijnland, Greenport Ontwikkelings Maatschappij (GOM),  Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond (ANLV), Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB), Provincie Zuid-Holland, Groene Cirkel Bijenlandschap, Gemeente Noordwijk.