Tientallen miljoenen voor toekomstbestendig bollenlandschap, voorstel Duin- en Bollenstreek voor Regiodeal met Rijk

Een brede coalitie van publieke en private partijen investeert de komende jaren 22,5 miljoen in het toekomstbestendig maken van het bollenlandschap. Zij maken onder meer werk van herkavelen, onderzoek naar vermeerdering en bloei, voldoende en kwalitatief goed water, een rijke biodiversiteit en meer recreatieve routes. Het volledige pakket van inspanningen is gevat in het voorstel ‘Toekomstbestendig bollenlandschap’. Initiatiefnemers vragen het Rijk mee te investeren in de opgave om bollenteelt te realiseren in een landschap van de toekomst. De Hogeveense polder wordt proeftuin voor dit landschap.

Woensdag 29 augustus 2018 ondertekenden onder meer de Economic Board Duin- en Bollenstreek, Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB), het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond een ‘Regiodeal’. Zij nodigden het Rijk uit om in het kader van de ‘Regio-envelop’, het rijksinvesteringsprogramma in regionale opgaven, mee te investeren. Daarmee zou het totale investeringsbedrag op ruim 37 miljoen euro komen. In april 2019 is er uitsluitsel.

Duin- en Bollenstreek van nationaal belang

De Duin- en Bollenstreek kenmerkt zich door de bollenvelden van innovatieve kwekers die hun hoogwaardige bloemen en bollen er veredelen, telen en verhandelen. De regio is van groot belang voor Nederland. Voor toeristen is het een kennismaking met het iconische Hollandse bollenlandschap, op korte afstand van Amsterdam. De Greenport Duin- en Bollenstreek is een belangrijk economisch cluster. Meer dan 60% van de totale wereldhandelstromen in de bollensector verlopen via deze Greenport.

Een toekomstbestendig bollenlandschap

De regio staat voor de opgave om het bollenlandschap toekomstbestendig te maken. Concurrerende claims leggen hun beslag op het schaarse land. Bollentelers willen het land gebruiken voor hun teelt, bewoners en toeristen willen het land gebruiken om te recreeren, maar ook natuur en milieu hebben een belang bij de streek en inrichting daarvan. De opgave om het bollenlandschap toekomstbestendig te maken is daarom complex.

Hogeveense polder als proeftuin

Regionale partijen op het vlak van ruimtelijke ontwikkeling, economie, cultuurhistorie, natuur en landschap gaan de opgave de komende jaren gebiedsgericht en integraal aanpakken. Zo kunnen zij claims op het land in samenhang bespreken en afwegen om te komen tot de goede verbetermaatregelen. Deze aanpak start in een voorbeeldpolder voor “bollenteelt in een landschap van de toekomst”. In overleg is hiervoor de Hogeveense polder aangewezen, waarin tien procent van het regionale bollenareaal ligt..

Doel is een bollenpolder te realiseren met (o.a.):

  • 300 hectare geherstructureerd bollenlandschap: een toegenomen gemiddelde kaveloppervlakte van bollenbedrijven;
  • een rijke biodiversiteit: meer onder meer legsels van bollenvogels die uitkomen en toegenomen oppervlakte natuurvriendelijke oevers en bloem- en kruidenrijke akkerranden;
  • een goede milieukwaliteit: daling van fosfaat en gewasbeschermingsmiddelen in bodem en water;
  • een duurzame energievoorziening: minimaal 50% van het dakoppervlak is in 2022 bedekt met zonnepanelen;
  • goede toegankelijkheid over land en water: in ieder geval vijf nieuwe recreatieve routes.

Inzichten en ervaringen uit deze polder kunnen ook in andere gebieden binnen en buiten de Duin- en Bollenstreek ingezet worden en als voorbeeld dienen.

Achtergrondinformatie

De propositie wordt aan het Rijk aangeboden door de stichting Economic Board Duin- en Bollenstreek (stichting EBDB), de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB), Greenport Ontwikkelingsmaatschappij Duin- en Bollenstreek (GOM), het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) en de Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging Geestgrond (ANLV). Verschillende andere partijen, zoals de provincie Zuid-Holland, het cultuurhistorisch genootschap Duin- en Bollenstreek en Wageningen University & Research (WUR), steunen de propositie.