“Mijn passie ligt bij het steeds weer opnieuw bedenken hoe we nog beter kunnen worden als bedrijf. Dat betekent dat als de klant groeit, wij mee moeten groeien. Als er specifieke vragen komen, dan bedenken en bouwen wij een nieuwe machine.”

‘In de Spiegel’ is de rubriek van Flower Science waarin elke week iemand uit de bloembollensector in de spiegel kijkt. In tien korte vragen blikt deze persoon naar het heden, zijn verleden en de sector in de toekomst. Aan het woord Ruud Warmerdam, specialist in spoelen maar ook aardig op de hoogte van bollen, knollen en planten. Een gepassioneerde ondernemer met een groot hart voor de bloembollensector.

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort ondernemer zie je dan? ’Een innoverende, enthousiaste ondernemer met een duidelijke visie.’

Hoe denk je dat je medewerkers/collega’s je zullen omschrijven? ’Een gedreven collega met voldoende ideeën voor de toekomst.’

Wat was je eerste baan(tje) en wat kocht je van je eerste geld? ’Bloemenverkoper aan de weg en bollenpeller. Van mijn eerste geld kocht ik een stereotoren, dat kostte toen een hoop geld: rond de 1000 gulden.’

Wat is jouw mooiste moment van de werkdag? ’Het voelt het beste als alle medewerkers en machines operationeel zijn en alles vlot verloopt. Wij hebben veel vaste mensen in dienst en mijn rol is hierdoor in de loop van de tijd minder uitvoerend en meer leidinggevend geworden. Daarnaast ligt mijn passie bij het steeds weer opnieuw bedenken hoe we nog beter kunnen worden als bedrijf. Dat betekent dat als de klant groeit, wij mee moeten groeien. Als er specifieke vragen komen, dan bedenken en bouwen wij een nieuwe machine. En als er een spoelverzoek komt voor iets wat we nooit eerder gedaan hebben, dan start bij mij het denkproces al. Spoelen is ons specialisme en ons vak. Wij willen de allerbeste zijn.’

Wat vind je het minst leuk aan je werk? ’Administratieve zaken en de laatste tijd vooral het aanvragen van vergunningen en dergelijken bij de provincie en gemeente.’

Wat doe je om je bedrijf toekomstbestendig te maken en/of te houden? En hoe zou de bloembollensector dat moeten doen? ’Kwaliteit bieden en service verlenen aan al mijn klanten. Ik wil goed contact met hen hebben en ik vraag geregeld naar wat er beter kan. Ook zijn wij altijd op zoek naar innovaties en verbreding binnen ons vak, zeker nu er steeds minder gewasbeschermingsmiddelen gebruikt mogen worden. Naast bollen, knollen en planten reinigen wij ook verschillende soorten fusten zoals trays, bloemenemmers en kratten. Hierdoor zijn we een jaarrond bedrijf geworden.’

Met wie of wat binnen de sector zou je graag willen samenwerken? Of wie vind je dat zouden moeten samenwerken? ’Wanneer ik met iemand wil samenwerken, dan neem ik meestal gewoon direct contact met hem of haar op. Meteen eropaf levert vaak een prima basis om op door te gaan. De bloembollensector in zijn geheel wordt naar mijn mening te negatief belicht in de pers. Er wordt hard gewerkt om aan alle milieueisen te voldoen, maar er worden alleen negatieve zaken gepubliceerd. Wellicht dat we meer kunnen samenwerken met hogescholen om hen de positieve zaken uit ons vak te laten belichten.’

Wat denk je dat er gaat veranderen in de bloemenbollen-sector komende jaren? ’Er komt steeds meer nadruk te liggen op milieutechnische zaken, zoals het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Hierop moet de sector uiteraard inspelen en dat geldt voor ons dus ook. Er is continue behoefte aan nieuwe technieken en andere werkwijzen.’

Welk onderwerp zou je willen agenderen voor een van de komende Flower Science cafés? ’Ik zou graag een open sessie willen met docenten en leerlingen van een Hogeschool of Universiteit met als onderwerp ‘hoe kunnen wij ons prachtige vak positiever in het nieuws krijgen’.

Als je niet voor dit vak had gekozen, wat zou je dan willen doen? ’Ik wist van jongs af aan al dat ik het bedrijf van mijn vader wilde overnemen. Ik heb daarom nooit over een ander vak willen of hoeven nadenken. Ondanks dat sommige mensen tegen mij gezegd hebben dat ik eerst even buiten de keuken moet kijken, heb ik er tot op heden nog geen moment spijt van gehad.’