“Er zijn van die momenten dat ik besef, dit is een prachtig cadeautje van de natuur. Dat heb ik bijvoorbeeld als ik aan het rooien ben. Als de bol er dan uitziet zoals ik had verwacht of had gehoopt, dan overvalt me een geweldig gevoel.”

‘In de Spiegel’ is de rubriek van Flower Science waarin elke week iemand uit de bloembollensector in de spiegel kijkt. In tien korte vragen blikt deze persoon naar het heden, zijn verleden en de sector in de toekomst. Aan het woord de Hillegomse ‘Botanische Kunstenaar’ René Zijerveld, al een levenlang actief in de bloembollensector, maar nog elke dag vernieuwend in zijn manier van denken en ondernemen.

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort ondernemer zie je dan? ’Ik zie meerdere dingen. Sowieso ben ik een buitenstaander in het bloembollenvak. Ik bestempel mezelf weleens als Botanisch Kunstenaar. Dat heeft te maken met dingen graag op een creatieve en eigen manier willen doen. Daarnaast ben ik een nieuwsgierig mens, dus ik houd van dingen uitproberen en buiten de boeken denken. En wat betreft de vraag.. eigenlijk wil ik niet naar de reflectie van de spiegel kijken, ik zou er het liefst doorheen kijken. Wat zit er achter iets of iemand? Wat zie ik niet?’’

Hoe denk je dat je medewerkers/collega’s je zullen omschrijven? ’Ik heb niet zoveel of zo vaak mensen voor me werken, maar als het gebeurt dan bouw ik meestal een hechte band met iemand op. Ik ben wel streng en wil graag iemand wat leren, maar aan het einde van de rit als de werkperiode erop zit, is er een mooie band ontstaan en is het moeilijk afscheid nemen van elkaar. Dus ik denk en hoop dat ze mij een leuke werkgever vinden. Veel van mijn uitzendkrachten komen overigens via Ruigrok Hillegom.’

Wat was je eerste baan(tje) en wat kocht je van je eerste geld? ’Ik ben opgegroeid tussen de bloembollen, dus elke zaterdag en woensdagmiddag was ik natuurlijk aan de beurt om mijn handen uit de mouwen te steken. Het vak is me letterlijk met de paplepel ingegoten. Maar mijn eerste echte bijbaan buiten mijn vaders bedrijf was in het Bouwes Hotel in Zandvoort. Hier heb ik een hele zomer lang mogen werken. Ik heb er veel geleerd, met name over klantvriendelijkheid. Ik merk dat ik deze kennis nog steeds gebruik in mijn dagelijkse praktijk. En wat ik van mijn eerste geld kocht? Een LP van Supertramp: ‘Crime of the Century’. Ik zie de cover zo weer voor me! Ook ging ik graag en geregeld op zaterdagavond met een vriend naar de bioscoop in Leiden.’

Wat is jouw mooiste moment van de werkdag? ’Er zijn van die momenten dat ik besef… dit is een prachtig cadeautje van de natuur. Dat heb ik bijvoorbeeld als ik aan het rooien ben. Als de bol er dan uitziet zoals ik had verwacht of had gehoopt, dan overvalt me een geweldig gevoel. Datzelfde gevoel heb ik als de bloemen in bloei staan. Dan zou ik het liefst de natuur willen bedanken.’

Wat vind je het minst leuk aan je werk? ’Wat ik zo lang mogelijk uitstel is de boekhouding. Niet leuk, maar het hoort erbij. Daarnaast ben ik wel blij dat alles zo goed geregeld is in Nederland hoor. Het belastingstelsel en de zorg: alles is hier toch erg goed voor elkaar.’

Wat doe je om je bedrijf toekomstbestendig te maken en/of te houden? En hoe zou de bloembollensector dat moeten doen? ’Ik ben een voorvechter van het best mogelijke product voor de consument. Ik ga voor de allerbeste kwaliteit. Een tevreden klant is voor mij heel belangrijk. Ik erger me eraan dat niet elk bedrijf dat op de eerste plaats zet. En dan met name bedrijven die de boel belazeren. Ik vind het echt niet kunnen dat er in het voorjaar tulpenbollen verkocht worden aan klanten. Je ziet dit veel in Amsterdam, maar ook langs de randwegen in Lisse. Het is toch triest dat deze mensen deze bollen in het voorjaar planten in hun tuin en ze vervolgens nooit zien uitkomen? Echt een kwalijke zaak. Ik heb gelukkig veel medestanders en ik blijf – samen met hen – strijden tegen dit soort beduveling.’

Met wie of wat binnen de sector zou je graag willen samenwerken? Of wie vind je dat zouden moeten samenwerken? ’Ik zou het leuk vinden om meer met basisscholen en middelbare scholen in contact te komen. Het zou leuk zijn als scholieren bijvoorbeeld weer meer gingen werken in de bloembollensector. Het lijkt een minder favoriet baantje te worden en vaak wordt een baan bij Albert Heijn of als pizzakoerier sneller aangenomen. Ik denk dat als jongeren weer meer bij de bollenboer gaan werken er ook meer begrip, kennis en betrokkenheid is in de regio.’

Wat denk je dat er gaat veranderen in de bloemenbollen-sector komende jaren? ’Ik zie dat veel bedrijven erg groot worden. Te groot soms naar mijn idee. En de verschillen in producten worden juist kleiner. De retail- en detailhandel  biedt veelal hetzelfde palet aan bloembollen. Dus er is veel vraag naar hetzelfde. De kweker gaat daarom nog meer van hetzelfde kweken, maar het komt de kwaliteit niet altijd ten goede. Ik hoop dat er meer aandacht komt voor eigenheid en kwaliteit in producten. Er hoeft van mij heus geen code of keurmerk op een tulp, dat zou te ver gaan. Maar laten we met elkaar als sector wel garant blijven staan voor vakmanschap en topkwaliteit.’

Welk onderwerp zou je willen agenderen voor een van de komende Flower Science cafés? ’Ja dan zou ik als eerste toch in ieder geval mijn strijd tegen de tulpenbol-verkoop in de lente willen agenderen. Daarnaast heb ik nog een ander idee. Ik vind het zo jammer dat veel bollenbedrijven – als de bloeiende bloemen er niet zijn – er zo grijs en grauw en saai uitzien. Ik zou meer sprankeling willen zien, meer gezicht. Denk bijvoorbeeld aan een mooie gevel, een kunstuiting of een mooie verwijzing naar de producten die elke lente weer bloeien. Het lijkt me een mooi onderwerp voor Flower Science, we kunnen met elkaar brainstormen hoe het anders en mooier kan en ook hoe we elkaar hierin kunnen stimuleren.’

Als je niet voor dit vak had gekozen, wat zou je dan willen doen? ’Iets creatiefs, maar dat zal je vast niet verbazen. Ik houd van tekenen en ontwerpen, dus ik denk een creatief beroep in de reclame.’