“Mijn visie is dat de Bollenstreek toch wel een moeilijke streek gaat worden. Ik geloof nog steeds erg in het product bollen en ik zie ook wel potentie. Maar feit is dat we qua concurrentie toch een paar stappen achterlopen.”

In de Spiegel is de rubriek van Flower Science waarin elke week iemand uit de bloemensector in de spiegel kijkt. In tien korte vragen blikt deze persoon naar het heden, zijn verleden en de sector in de toekomst. Aan het woord de bevlogen ondernemer Mark van Paridon van het bollenbedrijf C. A. van Paridon in Noordwijkerhout.

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort ondernemer zie je dan? Als een enthousiaste ondernemer met veel passie voor het vak. Ik ga elke dag fluitend naar mijn werk.

Hoe denk je dat je medewerkers / collega’s je zullen omschrijven? Ik heb het naar mijn zin als het personeel het ook naar het zin heeft. Ik ben geen strenge baas. Het moet wel een feestje blijven, zeg ik altijd. Ook mijn personeel moet fluitend naar het werk kunnen.

Wat was je eerste baan(tje) en wat kocht je van je eerste geld? Bloembollen pellen bij mijn vader. Ik ben de derde generatie van dit bedrijf. Mijn opa was eerst groenteboer en heeft de overstap gemaakt naar het bloembollenvak. Daarna namen mijn oom en mijn vader het over en nu run ik het bedrijf. Ik loop hier al van jongs af aan rond en ik ben spelenderwijs groot geworden tussen de bollen. Als kind moest ik natuurlijk gewoon meehelpen en meewerken. Mijn ouders waren, vooral in de zomer, altijd druk aan het werk. Het was niet meer dan normaal om een bijdrage te leveren. Toen ik ouder werd, ging dat meewerken natuurlijk steeds makkelijker, want ik werd handiger en slagvaardiger. Een kistje bollen pellen was voor mij dus snel geld verdienen. Toen dat begon te vervelen ging ik andere dingen doen in de schuur of op het land. Op mijn dertiende was ik al bolsoorten met elkaar aan het kruisen. Het inzicht kwam en ik kreeg er steeds meer zin in. Ik ging naar de tuinbouwschool in Lisse en het was vanzelfsprekend dat ik het bedrijf zou overnemen. Ik denk dat ik een fiets heb gekocht van mijn eerst verdiende geld.

Wat is jouw mooiste moment van de werkdag? De avonden in het voorjaar. Dan kleuren van de luchten zijn dan zo mooi, de vogels flieren en fluiten en alles is prachtig. Dan loop ik een rondje door onze bloemenvelden en geniet er enorm van.

Wat vind je het minst leuk aan je werk? Met stip op één: hyacinten sorteren. Het jeukt enorm. Tenminste de stof die eraf komt jeukt. Na het hollen volgt het sorteren, dat gebeurt dan wel door machines, maar het stof hangt rond in de schuur. In de zomer heb je hier toch zo’n 4 tot 5 weken last van en ik ben er behoorlijk gevoelig voor.
Wat doe je om je bedrijf toekomstbestendig te maken en/of te houden? Mijn visie is dat de Bollenstreek toch wel een moeilijke streek gaat worden. Ik geloof nog steeds erg in het product bollen en ik zie ook wel potentie. Maar feit is dat we qua concurrentie toch een paar stappen achterlopen. De bol is sinds 1950 eerder goedkoper dan duurder geworden en de concurrentie in Noord-Holland weet met grotere percelen gewoon makkelijker winst te maken. In de Bollenstreek hebben wij het moeilijker. Wij hebben wel de naam en de faam, maar we moeten werken met kleine stukjes versnipperd land. En deze behoorlijk dure grond drukt zeker op de prijzen. Wij zoeken als bedrijf daarom ook naar toegevoegde waarde in andere business. Bijvoorbeeld het toerisme. De bloemen, de regio en de Keukenhof brengt ons ieder jaar steeds meer toeristen en daar gaan wij iets mee doen. We zijn inmiddels druk bezig met de voorbereidingen.

Met wie of wat binnen de sector zou je graag willen samenwerken? Of wie vind je dat zouden moeten samenwerken? Ik zou willen dat we binnen de streek allemaal met elkaar samenwerken. Iedereen moet zijn geld goed kunnen verdienen. Dat geldt voor mijn buurman, maar ook voor de bedrijven uit andere sectoren zoals de hotels en de restaurants in de streek. Ik zou het leuk vinden als ook zij meer mee zouden denken en werken aan het behoud van de Bollenstreek. De horeca verdient goed aan de bezoekers in het lenteseizoen. Wij als bollentelers profiteren hier echter niet van mee. En zoals gezegd, denk ik dat de bollensector het de komende jaren nog best lastig gaat krijgen. Kortom, bestaan de bollenvelden nog wel over 20 jaar? Ik hoop dat bij bewoners en bedrijven steeds meer het besef komt dat we hier iets unieks hebben. En dat we dus met elkaar moeten samenwerken om het te behouden. Gelukkig merk ik wel dat het besef ieder jaar groeit. Kijk bijvoorbeeld naar het Pact van Teylingen: ja er mag gebouwd worden, maar er moet wel bollengrond voor terug komen. Dat vind ik prima.

Wat denk je dat er gaat veranderen in de bloemenbollensector komende jaren? De bedrijven van de bollenondernemers die overblijven worden groter. Met meer areaal want anders is ondernemen in de bollen gewoon niet meer interessant. Als het niet lukt om te groeien hier in de Bollenstreek, dan wijken we uit naar bijvoorbeeld de Flevopolder. Dat doen we al volop natuurlijk. De nieuwe technieken, het spoelen en de veranderde eisen van de handel maken dit mogelijk. Waar vroeger per se op zandgrond moest worden geteeld, kan dat nu ook op klei. Natuurlijk is het heel mooi als je velden om en naast je huis liggen, maar de helft van mijn areaal ligt inmiddels in de buitengebieden. En dat geldt voor veel collega-telers.

Welk onderwerp zou je willen agenderen voor een van de komende Flower Science cafés? Ik vind dat er altijd al hele zinnige onderwerpen worden geagendeerd. Ik heb geen toevoegingen. Een compliment dus!

Als je niet voor dit vak had gekozen, wat zou je dan willen doen? Dan zou ik bollenkweker worden, haha echt waar. Maar het is wel hard werken. Je moet dus wel een enorme dosis passie hebben voor het vak én de juiste partner hebben getroffen. Dat heb ik en daarom blijft het voor mij een prachtig vak. Ik heb het elke dag nog naar mijn zin!