“Ik merk dat elk bedrijf weer een andere methode heeft om virussen uit te bannen. De een dompelt in chloorwater en de ander heeft weer een andere methode. Iedereen zoekt hierin zijn eigen weg. Ik zou willen zien welke methodes het beste werken.”

In de Spiegel is de rubriek van Flower Science waarin elke week iemand uit de bloemensector in de spiegel kijkt. In tien korte vragen blikt deze persoon naar het heden, zijn verleden en de sector in de toekomst. Aan het woord Iris Stulemeijer van BKD in Lisse, de uitvoeringsorganisatie van kwaliteitskeuring van bloembolgewassen in Nederland.

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort ondernemer zie je dan? BKD is een keuringsdienst voor bloembolgewassen en daar ben ik onderzoeker. Ik ben een onderzoeker in hart en nieren. Ik heb ook elders als onderzoeker gewerkt, zoals in Wageningen in de plantensector en bij het Nederlands Kankerinstituut. Ik houd van mijn vak en ik doe het met veel passie.

Hoe denk je dat je medewerkers / collega’s je zullen omschrijven? Als een enthousiaste, vrolijke, open en gedreven collega.

Wat was je eerste baan(tje) en wat kocht je van je eerste geld? Als 12-jarige plukte ik frambozen en appels in de vakantie. Dat was in Noord Limburg waar ik ben opgegroeid. Tijdens mijn vakantiebaantjes is mijn liefde voor de land- & tuinbouwsector ontstaan. Ik heb altijd ‘buitenbaantjes’ gehad en bijvoorbeeld nooit in de horeca gewerkt. Ik vond het prettig om fysiek bezig te zijn in het groen, in de natuur. Van mijn eerste geld kocht ik een wekkerradio.

Wat is jouw mooiste moment van de werkdag? ’s Ochtends vroeg: ik ben altijd heel vroeg op mijn werk en ik vind het heerlijk om dan rustig te starten. Alles is dan nog stil. De mooiste periode vind ik de lente, als de streek in bloei staat.

Wat vind je het minst leuk aan je werk? Misschien de hoeveelheid vergaderingen, het papierwerk en rapportages? Maar het is niet te voorkomen en uiteraard ook heel nuttig. Ach, echte vervelende dingen kom ik niet tegen in mijn werk. Ik heb gewoon een leuke baan!

Wat doe je om je bedrijf toekomstbestendig te maken en/of te houden? Mijn functieomschrijving is Hoofd Research en Development, dus het woord ‘ontwikkeling’ zit hier al in. Wij moeten continu meegaan met de ontwikkelingen van de sector. Dat geldt voor methodes in het vak en in het lab, maar ook voor ontwikkelingen in het buitenland. Er is internationaal steeds meer  kennis van bloembollengewassen. De ontwikkelingen houden wij nauwkeurig bij, in ieder geval zorgen we ervoor minstens over de dezelfde kennis te beschikken. Nu bij BKD de functie van Hoofd laboratorium vacant is, voer ik ook deels taken van hoofd laboratorium uit tot in de functie is voorzien. Een mooie uitdaging voor mij.

 

Met wie of wat binnen de sector zou je graag willen samenwerken? Of wie zouden moeten samenwerken?

Als ik naar mezelf kijk, dan zou ik nog meer interactie willen met de teler. We willen graag aan hen laten zien wat we nu precies doen bij BKD en in ons lab. Wij hebben uiteraard al veel contact met hen. Ook geven we enkele rondleidingen per jaar aan ondernemers in studiegroepen. Ik merk dat dit erg goed is voor het wederzijds begrip. Maar…. ik zou nog vaker de interactie willen opzoeken en voor meer rondleidingen sta ik zeker open!

Wat denk je dat er de komende jaren gaat veranderen in de bloemenbollensector?

Ik denk dat bedrijven groter worden. Ook denk ik dat er steeds meer geïnvesteerd gaat worden in schoon uitgangsmateriaal en het compleet schoonhouden van partijen en bedrijven. Oftewel helemaal geen virussen meer. Enkele bedrijven werken al op deze manier en dat is een mooie ontwikkeling. Hoe schoner je partijen hoe minder kans op verspreiding, niet alleen binnen je eigen bedrijf, maar ook richting externe partijen.

Welk onderwerp zou je willen agenderen voor een van de komende Flower Science cafés?

“Ik merk dat elk bedrijf weer een andere methode heeft om virussen uit te bannen. De een dompelt in chloorwater en de ander heeft weer een andere methode. Iedereen zoekt hierin zijn eigen weg. Ik zou willen zien welke methodes het beste werken, eventueel wetenschappelijk onderbouwd. Daar kan de hele sector van leren.

Als je niet voor dit vak had gekozen, wat zou je dan willen doen?

De kans is groot dat ik hoe dan ook onderzoeker was geworden, wellicht dan in een andere branche. Heel vroeger, als kind, wilde ik werken in de elektrotechniek. Niet typisch een vrouwenkeuze, nee, maar ik denk dat ik gewoon een Bèta-type ben. Overigens werken er in het lab veel vrouwen hoor en ook in de laboratorium-opleidingen zie je dat de verhouding inmiddels 50/50 is!