“Ik doe de coördinatie van KAVB Jong, een netwerk voor jonge ondernemers en werknemers. Elk seizoen vinden zo’n acht bijeenkomsten plaats. Deze bijeenkomsten gaan niet per se over gewassen of bollen, de nadruk ligt op ondernemers skills en andere facetten van het hebben van een bedrijf.”

In de Spiegel is de rubriek van Flower Science waarin elke week iemand uit de bloembollensector in de spiegel kijkt. In tien korte vragen blikt deze persoon naar het heden, zijn/haar verleden en de sector in de toekomst. Aan het woord de Daniëlle Kroes van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB).

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort ondernemer / medewerker zie je dan? Ik zie een vrolijk persoon die goed thuis is in haar vakgebied. Ik heb afgelopen jaren veel informatie en kennis verzameld en ik deel dit zoveel mogelijk met ondernemers. Dit om problemen aan te pakken en op te lossen. Dat doe ik onder andere op vergaderingen, bijeenkomsten en in gesprekken met ondernemers. Ik wil ondernemers graag helpen en ontlasten. Zo hebben zij meer tijd om te doen waar ze het beste in zijn: ondernemen in de bollen!

Hoe denk je dat je medewerkers / collega’s je zullen omschrijven? Ik denk als een open en toegankelijke collega. Ik werk nu zeven jaar bij de KAVB en heb inmiddels een flinke dosis kennis en een groot netwerk in de bollensector. Ik stel dit zoveel mogelijk beschikbaar voor mijn collega’s.

Wat was je eerste baan(tje) en wat kocht je van je eerste geld? Ik werkte als 13-jarig meisje bij een plantenkweker in ’s Gravenzande, ik plantte o.a. celosia’s in potjes, met allemaal leeftijdgenootjes. Later ging het bedrijf ook over op zantedeschia’s op pot, mijn eerste kennismaking met dat knolgewas. Ik deed het met veel plezier en heb er jaren gewerkt. Van mijn eerst verdiende geld kocht ik een fiets.

Wat zijn jouw mooiste werkmomenten? De Leliedag! Ik organiseer diverse jaarvergaderingen, vaak samen met collega’s. De coördinatie van de Leliedag ligt vooral bij mij. Je werkt er lang naar toe, want het is een flinke bijeenkomst met zo’n 175 deelnemers. Als de dag er dan is en alles loopt zoals het moet lopen, de hoofdspreker in de smaakt valt, de sfeer ontspannen is, dan ga ik ’s avonds tevreden naar huis.

Wat vind je het minst leuk aan je werk? Uit het organiserende en probleemoplossende aspect van mijn baan haal ik veel voldoening. Het schrijven van verslagen is af en toe wel saai.

Wat doe je om je bedrijf toekomstbestendig te maken en/of te houden? Ik doe de coördinatie van KAVB Jong, een netwerk voor jonge ondernemers en werknemers. Elk seizoen vinden zo’n acht bijeenkomsten plaats. Deze bijeenkomsten gaan niet per se over gewassen of bollen, de nadruk ligt op ondernemers skills en andere facetten van het hebben van een bedrijf. Zo gaan we op bezoek bij ondernemingen die niet per se te maken hebben met bollen en bloemen, juist daar doen we ook hele nuttige inspiratie op. Jonge ondernemers en werknemers zijn de toekomst voor de sector, dit is een van de zaken waarmee de KAVB de sector toekomstbestendig wil houden. Ondernemers onder de 40 jaar zijn welkom om aan te haken. Meer informatie vind je op onze website.

Met wie of wat binnen de sector zou je graag willen samenwerken? Of wie vind je dat zouden moeten samenwerken? Vanuit de KAVB werken wij, als belangenbehartiger, uiteraard heel veel samen met alle partijen binnen en buiten de bloembollensector. Wat ik heel leuk en goed vind om te zien, is dat de jongere ondernemers erg open staan voor vernieuwing, innovaties en ook voor samenwerken. En dan gaat het niet eens alleen om samenwerking binnen de sector, maar juist ook verbinding zoeken met onconventionele partners. De jonge generatie durft veel en gaat actief op zoek naar kennis en informatie.

Wat denk je dat er gaat veranderen in de bloemenbollensector komende jaren? Binnen de KAVB houd ik mij onder meer bezig met de coördinatie van een aantal gewassen en daarnaast specifiek fytosanitaire zaken: de eisen voor export naar derde landen. Als ik kijk naar de ontwikkelingen in dit vakgebied, dan zie ik dat steeds meer derde landen verdergaande eisen stellen aan bollen. Met name de bollen die naar Aziatische landen worden geëxporteerd moeten aan veel eisen voldoen. Deze eisen grijpen steeds vaker in op de teeltwijze, zoals eisen aan grond en aan de bol vóórdat deze wordt geplant.  Het verschil tussen de eisen aan bollen die naar deze markten gaan en de eisen van de bollen die in Nederland worden afgebroeid, wordt steeds groter. Ik zie dat veel bollenbedrijven zich steeds meer gaan specialiseren op een gewas of een specifieke afzetmarkt, het verschil in bedrijfsvoering wordt daardoor ook groter.

Welk onderwerp zou je willen agenderen voor een van de komende Flower Science cafés? Een café gericht op de nieuwe generatie jonge ondernemers. Daar denk ik graag over mee.

Als je niet voor dit vak had gekozen, wat zou je dan willen doen? Dan was ik docent geweest op de middelbare school voor het vak maatschappijleer. Ik heb politieke wetenschappen gestudeerd en daarna mijn eerstegraads lerarendiploma maatschappijleer gehaald.