“Wat ik denk dat er gaat veranderen in de bloembollensector? De productieketen wordt korter en nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan. Ik denk dat er echt schakels tussenuit gaan vallen.”

‘In de Spiegel’ is de rubriek van Flower Science waarin elke week iemand uit de bloembollensector in de spiegel kijkt. In tien korte vragen blikt de ondernemer naar het heden, zijn verleden en de sector in de toekomst. De bevlogen KAVB adjunct-directeur André Hoogendijk is ditmaal aan zet. Aan het woord een enthousiaste kenner en liefhebber van het bloembollen vak.

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort ondernemer zie je dan? ’Een enthousiaste kerel die zich graag inzet voor ‘mijn’ bloembollensector.’

Hoe denk je dat je medewerkers/collega’s je zullen omschrijven? ’Iemand met een sterke visie en een uitgesproken mening. Daarnaast denk ik ook dat ze vinden dat ik humor heb en oog voor de menselijke kant van zaken.’

Wat was je eerste baan(tje) en wat kocht je van je eerste geld? ’Ik was 12 jaar en op de middelbare school zochten ze voor het boekenfonds zogenaamde ‘boekenplakkers’, zodat de boeken het volgende schooljaar weer een ronde mee konden. Voor 2,50 gulden per uur heb ik tijdens een zomervakantie heel wat ruggen gelijmd, bladzijdes geplakt en kaften gefatsoeneerd. Ik wist voor de vakantie al wat ik van het verdiende geld zou gaan kopen: een Cd-box van Elvis Presley voor 99 gulden. Toen ik het bedrag eindelijk bij  elkaar had gespaard ging ik naar de winkel en wat denk je… de box was in de aanbieding voor 49 gulden. Dat was echt mazzel!’

Wat is jouw mooiste moment van de werkdag? ’Het contact met ondernemers is en blijft het mooist aan mijn vak. De mooiste momenten vinden vaak plaats op studieavonden. Je gaat heel direct in gesprek met ondernemers en krijgt zonder opsmuk te horen wat er leeft en gebeurt in het vak. Op deze avonden delen ondernemers niet alleen informatie met ons, maar vooral ook met elkaar. Ze helpen elkaar en corrigeren elkaar. Heel mooi om te zien. Directe info uit het veld is erg belangrijk voor onze organisatie.’

Wat vind je het minst leuk aan je werk? ’Het gebeurt helaas nog vrij regelmatig dat ondernemers benaderd worden door bedrijven met producten die niet werken of niet voor hen werken. Dat kan van alles zijn: verzekeringen, gewasbeschermingsmiddelen, verkeerd advies… De KAVB houdt hier een sterke vinger aan de pols en we proberen onze leden zo goed mogelijk te informeren. We willen de sector graag behoeden voor verkeerde keuzes of oplichterij.’

Wat doe je om je bedrijf toekomstbestendig te maken en/of te houden? En hoe zou de bloembollensector dat moeten doen? ’Voor de KAVB en de bloembollensector geldt hetzelfde: blijf elke dag om je heen kijken en bedenk wat gebeurt er? Wat is er gaande in de samenleving en hoe speel ik hier zo goed mogelijk op in? De wereld verandert continu, hoe ga ik mee in deze veranderingen? En dan gaat het er niet om of je het eens bent met deze veranderingen. De vraag is steeds hoe kan of ga ik er met mijn bedrijf in mee? Duurzaamheid is een voorbeeld: of je nu wilt of niet, je zult er iets mee moeten doen.’

Met wie of wat binnen de sector zou je graag willen samenwerken? Of wie vind je dat zouden moeten samenwerken? ’Zowel voor de KAVB als voor de bloembollenondernemers geldt dat we niet alleen meer contact hebben binnen de sector. Er is ook steeds meer contact en samenwerking met de eindgebruiker. Zo weten grote retailers de producenten steeds vaker rechtstreeks te vinden. Uiteindelijk zijn er maar twee partijen onmisbaar in de sector: de producenten en de consumenten. De partijen die daartussen zitten moeten zich steeds meer bewijzen door echte waarde toe te voegen, want de lijnen worden korter.’

Wat denk je dat er gaat veranderen in de bloemenbollen-sector komende jaren? ’De productieketen wordt korter en nieuwe samenwerkingsvormen ontstaan. Ik denk dat er echt schakels tussenuit gaan vallen. Telers zetten bijvoorbeeld met elkaar een eigen merk in de markt. En ook andersom, retailers zoeken de productiekant op. Kijk naar voorbeelden als Bloomon. Ook de handel zit niet stil. De tussenhandel moet meer en meer op zoek naar waarde toevoeging.’

Welk onderwerp zou je willen agenderen voor een van de komende Flower Science cafés? ’Ik zou het graag eens willen hebben over de naamgeving van bolgewassen. Bij de KAVB staan zo’n 23.000 soorten geregistreerd. Elk jaar komen er weer honderden nieuwe soorten bij, soms met hele creatieve namen. Ik zou het leuk vinden als onze experts het proces van registreren en naamgeving nader toelichten in een Flower Science Café en we aansluitend met elkaar brainstormen.’

Als je niet voor dit vak had gekozen, wat zou je dan willen doen? ’Ik heb een liefde voor paarden en heb ook een opleiding in die richting gevolgd. Ik zou waarschijnlijk een paardenbedrijf hebben met een fokprogramma voor bijvoorbeeld Friese paarden. Sowieso een agrarisch vak waarbij je dicht bij de natuur leeft.’