Onlangs verhuisde de groep bloembollenonderzoekers van Lisse naar Bleiswijk. Daar doet het team van Wageningen University & Research (WUR) intensief onderzoek naar onder andere vermeerdering, genoomtechnologie, bacteriën, schimmels, virussen, mijten en meer. Een belangrijke rol als wetenschappelijk bloembollenonderzoeker is daarbij weggelegd voor Natalia Moreno Pachon.

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort persoon zie je dan?

Ik zie een gepassioneerde onderzoeker die graag de connectie legt tussen wetenschappelijk fundamenteel onderzoek en praktisch onderzoek. Het verschil tussen die twee soorten onderzoek? Fundamenteel onderzoek zoekt naar een diepere betekenis van hoe iets werkt, dit onderzoek is nodig om dingen te weten en te verklaren. Praktisch onderzoek is erop gericht iets te verbeteren. Ik ben al mijn hele leven geïnteresseerd in de diversiteit van fruit en bloemen. Vooral in wat mechanismen en planten nodig hebben om te kunnen overleven. Ik voel me verbonden met de natuur en heb er mijn werk van gemaakt. Op dit moment ben ik gespecialiseerd in bloembollenonderzoek.

Wat is je corebusiness?

Ik ben vooral goed in het vinden van oplossingen voor wetenschappelijke uitdagingen in de agrarische sector. Als ik eenmaal verklaringen en antwoorden heb vanuit het onderzoek, dan vertaal ik de resultaten zo praktisch mogelijk naar een bruikbaar rapport of advies.

Van wie ben jij d’r een?

Ik kom uit Columbia, uit het stadje Medellin. Het is niet zo’n bekende plaats, maar het is toch de op twee na grootste stad van Colombia. Hier heerst een perfect klimaat voor landbouw. Het is er heel groen en er groeien veel bloemen. Mijn liefde voor de natuur is hier begonnen. Ik ben daarom bij het International Centre for Tropical Agriculture (CIAT) gaan werken. Het is in mijn land heel gebruikelijk om je master te doen in het buitenland. Daarom ben ik naar Nederland gekomen. Tijdens mijn studie in Wageningen kwam ik mijn man tegen. Ik ben dus in Nederland gebleven.

Waar ben je het meest trots op?

Als ik zie dat ons langdurige onderzoek leidt tot praktische oplossingen. Van 2012 tot 2015 was ik, samen met andere WUR collega’s, druk bezig om een lelie en tulp transcriptome database te genereren. Nu kunnen we deze fundamentele data goed gebruiken in ons onderzoek naar de verbetering van vermeerdering of het doortelen van bollen naar grotere bollen (‘grof plantgoed’). Komende jaren staat er veel te gebeuren in de vertalingen van ons onderzoek naar de praktijk.

Van welke gebeurtenis heb je veel geleerd?

Op dit moment leer ik ontzettend veel op mijn nieuwe standplaats in Bleiswijk. In Wageningen zaten we welllicht wat meer in een ‘wetenschappelijke bubbel’. Ik heb in Bleiswijk veel meer te maken met bollenkwekers, met het echte leven en dus ook met alle reacties vanuit de praktijk. In Columbia zeggen mensen niet zo makkelijk wat ze denken. In Wageningen is de wereld waarschijnlijk ook iets ‘beleefder’. En hier in het westen is alles wat rauwer. Ook wordt er van mij verwacht dat ik in het Nederlands communiceer, dat is een flinke uitdaging maar ik ga gelukkig snel vooruit.

Waar gaat je hart snel van kloppen?

Naast mijn passie voor natuur heb ik ook veel interesse in mensen. Dat geldt voor de mensen om mij heen, maar ik heb mij ook in het vrijwilligersleven gestort. Zo houd ik inzamelacties voor luiers en babykleding voor vluchtelingen in Delft. Ook schrijf ik blogs voor een expat community in Delft om mensen die net in Nederland zijn op weg te helpen. Daarnaast organiseer ik feesten en breng ik op diverse manieren (internationale) mensen bij elkaar.

Ben je een duurzame of bewust ondernemer?

Ik voel me zeer betrokken bij een duurzame wereld. Zo ook bij een duurzame bollenwereld. Ik heb in mijn studietijd diverse keren mogen ervaren hoe het is om op de bollenvelden en in de schuren te werken. Hier heb ik kunnen zien hoeveel gewasbeschermingsmiddelen er nog nodig waren om bollen te kweken. Ik was behoorlijk onder de indruk van deze cocktail van middelen. Ikzelf kreeg door deze chemicaliën last van mijn handen en moest al snel overgaan tot het dragen van handschoenen. Het stimuleerde mij des te meer op zoek te gaan naar een mens- en milieuvriendelijkere oplossing.

We moeten ernaar streven om zo min mogelijk gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. We zijn gelukkig ook hard op weg om de huidige manier van kweken te veranderen. We hebben al veel successen geboekt bij de kweek van lelies. Het systeem moet en kan ook voor bijvoorbeeld tulpenbollen worden verbeterd. Daar zitten we al heel dichtbij. Ik denk dat we over twee a drie jaar het recept voor een duurzamere lelieteelt hebben gevonden. Ik zou niet durven stellen dat dit het enige recept is, want er zijn natuurlijk meerdere oplossingen denkbaar. Maar het recept waar wij aan werken is straks echt toepasbaar voor de bollenkwekers. Op dit moment is er vooral geld nodig om het proces te versnellen, zodat wij ons werk kunnen blijven doen en we dus zo snel mogelijk met oplossingen kunnen komen.

Wat moet anders in de bloemenbollensector de komende jaren?

We moeten duurzamer worden én we zouden meer gebruik moeten maken van de beschikbare technologie. Die twee gaan ook heel goed samen. Het kan zoveel efficiënter. Mijn man werkt bij Rijk Zwaan, dus ik zie dagelijks hoe ver de groenteteelt op ons vooruit loopt. Nu is het de beurt aan de bloemensector om sprongen te maken. De tulp is het nationale symbool voor Nederland, dus het is belangrijk dat hier veel tijd, geld en energie in wordt gestoken.

Met het gebruik van techniek kunnen we secuurder werken, ziektes beter opsporen en op termijn grotere en betere tulpenbollen telen in kortere tijd. Laten we hierin met elkaar samenwerken met één pot geld waarin we met elkaar aan hetzelfde doel werken en niet langs elkaar.

Waar zie jij jezelf/ je bedrijf over 5 jaar?

Ik houd van mijn baan en ik houd van het onderzoek dat ik doe. Onze groep bloembollenonderzoekers heeft afgelopen jaren best een moeilijke periode gehad. Vooral op financieel vlak. Inmiddels zijn we in Bleiswijk goed gestart. Ik hoop dat we over vijf jaar nog weer verder zijn in het verkorten van de levenscyclus van bollen en dat we deze informatie dan ook praktisch vertaald hebben. Het is niet ondenkbaar dat we straks twee keer per jaar grotere bollen kunnen oogsten.

(Er lopen veel mensen rond in de bloemensector) Met welke persoon wil jij wel een dagje ruilen? In wiens schoenen wil jij wel een dagje lopen?

Ik zou wel een dagje willen ruilen met André Hogendijk van de KAVB. Ik denk dat ik dan in korte tijd heel veel meer te weten kom over de bollensector. Ik wil graag nog meer een overview van de sector krijgen en weten wat op de agenda’s staat. Ik vind het erg jammer dat André de bollensector gaat verlaten, we zullen hem missen.