“Waar ik trots op ben? Als eerste ben ik natuurlijk heel trots op mijn gezin. Maar daarnaast ben ik ook heel trots op ons bedrijf. Toen mijn vader overleed was ik 30 jaar. Samen met mijn twee jongere broers kwam ik voor een grote uitdaging te staan. Gelukkig werkte er bij Van Dooren een heel goed en vast koppel medewerkers, dus veel dingen liepen meteen goed door. De laatste 12 jaren hebben mijn broers en ik flinke stappen gemaakt. Zo hebben we vijf overnames achter de rug en zijn we 10 jaar geleden verhuisd naar onze huidige locatie. Het loopt lekker en we zien nog uitdagingen genoeg. Ik ben zeker ook heel trots op de samenwerking die ik met mijn broers heb.” Aan het woord de bevlogen Dick van Dooren van Van Dooren Transport in Hillegom.

Als je in de spiegel kijkt, wat voor soort ondernemer zie je dan?

Ik ben erg enthousiast en gedreven in wat ik doe. Misschien af en toe weleens te gedreven. Dan moet ik afgeremd worden. Dat lukt met de jaren gelukkig steeds beter. Binnen het bedrijf ben ik de vliegende keep op de planning, dat betekent dat ik me begeef midden in het crisiscentrum. Ik heb daardoor veel contact met mijn klanten en mijn collega’s. Ik ken al mijn klanten persoonlijk. Ik vind dat erg plezierig en bovendien ook heel belangrijk. Het bedrijf run ik met mijn twee broers. Net als mijn vader dat deed met zijn broers. Op vrijdag 1 juni vierde ik mijn 25 jarig jubileum bij Van Dooren!

Van wie ben jij d’r een?

Van Ron van Dooren en Trudy Lamboo. Mijn vader Ron is helaas op veel te jonge leeftijd (52 jaar) overleden. Hij was samen met zijn twee broers de vierde generatie van ons transportbedrijf. Mijn moeder Trudy is de dochter van bloembollenkweker Jan Lamboo uit Lisse. Je ziet het: als je die twee mensen ‘kruist’ dan krijg je een bloembollentransporteur.

Waar ben je het meest trots op?

Als eerste ben ik natuurlijk heel trots op mijn gezin. Maar daarnaast ben ik ook heel trots op ons bedrijf. Toen mijn vader overleed was ik 30 jaar. Samen met mijn twee jongere broers kwam ik voor een grote uitdaging te staan. Gelukkig werkte er bij Van Dooren een heel goed en vast koppel medewerkers, dus veel dingen liepen meteen goed door. De laatste 12 jaren hebben mijn broers en ik flinke stappen gemaakt. Zo hebben we vijf overnames achter de rug en zijn we 10 jaar geleden verhuisd naar onze huidige locatie. Het loopt lekker en we zien nog uitdagingen genoeg. Ik ben zeker ook heel trots op de samenwerking die ik met mijn broers heb.

Waar mogen wij je ’s nachts voor wakker maken?

Ik heb mijn telefoon 24/7 bij me. We hebben 35 auto’s langs de weg, dus in geval van nood mag iedereen mij bellen. Steeds vaker zijn er extreme weersomstandigheden waarop gereageerd moet worden. Onze klanten runnen vaak ook een 24/7 business, ze rooien in ploegen en dus hebben zij je buiten kantooruren weleens nodig. Soms krijgen we midden in de nacht een appje of belletje dat de vracht klaar staat of dat ze ‘uitgeregend’ zijn en dat daardoor de vracht vervalt. Dan ben je wakker en lig je toch te denken hoe je het moet oplossen. Dat is weleens lastig, want ik red het nog steeds niet om 24 uur wakker en scherp te blijven.

We hebben ook klanten die ’s morgens al om 6 uur bellen om wat fust te bestellen, dat vind ik eigenlijk wat minder leuk. Waar het op neer komt is dat we – als het nodig is – dag en nacht klaar staan voor onze klanten en dat weten de meesten.

Wat kunnen wij van jou/jullie leren?

Samenwerken! Bij ons in de transportbranche wordt veel samengewerkt. Want 1+ 1 = 3. Vroeger vlogen we alle kanten op met 1 of 2 pallets, maar tegenwoordig besteden we werkzaamheden veel gemakkelijker uit. De druk staat er continu op, dus het moet ook allemaal zo efficiënt mogelijk. Wij hebben 35 eigen auto’s, maar er zijn dagen dat we er nog eens 40 extra inhuren. Het zijn de extreme pieken die nooit exact van te voren zijn in te schatten. Daarom is het noodzaak dat je continu in de gaten houdt wat er om je heen gebeurt. Zo hebben we met de Polderse kermis 15 auto’s minder nodig en kan ik na hevige regenval in Zeeland ook auto’s afbestellen. Natuurlijk moet je hierover tijdig communiceren met je collega-transporteurs, zodat zij de tijd hebben om ander werk te zoeken voor die dag of dagen.

Waar kennen mensen jou nog meer van?

Er gaan heel veel uren in m’n werk zitten, maar daarnaast kom ik ook graag bij SV Hillegom. Twee van mijn kinderen voetballen hier, dus daar probeer ik altijd even tijd voor vrij te maken. Ook zijn we sponsor van de club. Daarnaast voelen we ons betrokken bij het dorp. Zo staat er ieder jaar een auto van ons bij het Hillegoms-muziekfeest, stellen we onze kantine beschikbaar tijdens de sinterklaasintocht, rijd ik al jaren mee met de corso, rijden we de bagage heen en weer voor het kamp van SV Hillegom, van Nispen, de Johannesschool et cetera. Dus wellicht kennen mensen mij daar ook van. Verder heb ik meer dan 15 jaar bij de vrijwillige brandweer van Hillegom gezeten.

Wat moet anders in de bloemenbollensector de komende jaren?

Het is niet aan mij om daar iets van te vinden of in te adviseren. Wij zijn een dienstverlener en doen onze uiterste best om alles in zo goed mogelijke banen te leiden. Wij zien uiteraard ook de schaalvergroting en dat is wat het is. Hierop moeten wij anticiperen. We hebben een bepaalde omvang en organisatie nodig om de steeds extremere pieken op te kunnen vangen. Verder valt het op dat er soms niets meer ‘normaal’ kan. Alles heeft spoed en onze planners krijgen af en toe dingen naar hun oren geslingerd wat alle fatsoen te buiten gaat. Door deze ‘spoedjes’ zijn we soms inefficiënt bezig. Dan rijden we ergens met drie auto’s heen, terwijl het ook makkelijk met één auto had gekund. Daar moeten we op blijven letten, want we zijn niet voor niets bezig.

Wie of wat is jouw inspiratiebron?

Een echte inspiratiebron zou ik zo niet weten. Maar aan de samenwerking met mijn broers hecht ik heel veel waarde. We hebben allemaal onze eigen verantwoordelijkheid en die nemen we ook. We hebben alle drie onze sterke kanten en minder sterke kanten, we versterken elkaar daar waar nodig.

Wat zijn je mooiste werkmomenten?

Dat zijn toch wel de bloembollenseizoenen. In deze seizoenen zijn we allemaal druk met de bollen bezig en weet iedereen wat hij of zij moet doen. Het zijn vertrouwde ritten en lijnen die ieder jaar weer terugkomen. Natuurlijk is dit het ene jaar wat extremer dan het andere jaar. Buiten en naast de bloembollenseizoenen hebben we veel ander transportwerk. Dit werk is divers en afwisselend waardoor collega’s elkaar soms weken niet zien. Deze afwisseling is uiteraard ook onze kracht, want de tijd dat we het alleen in de zomer konden verdienen ligt al lang achter ons.

Als je niet voor dit vak had gekozen, wat zou je dan willen doen?

Daar heb ik eigenlijk nooit zo over nagedacht. Vanaf m’n 15e werkte ik al in het bedrijf tijdens vakanties. Ik ben begonnen als bijrijder. Dat was toen nog. Je ging met de eerste auto ’s morgens vroeg om half zes mee naar Breezand om auto’s – met name aanhangers –  te laden. Met de laatste mocht je dan weer mee naar huis rijden, om een uur of tien. Dat waren best wel lange dagen voor een jongen van vijftien. Ik moest dan altijd wel verplicht een weekje vrij nemen van m’n moeder, anders was ik zeker tot de laatste vakantiedag doorgegaan met werken. Nadat ik de MTS heb afgerond ben ik begonnen als chauffeur. Na drie jaar gereden te hebben ben ik monteur geworden. Dat was ook een leuke tijd, maar ik miste het contact met de klanten. Toen wij het bloembollentransport van Rademaker vanaf de Zeeuwse Eilanden hebben overgenomen was er voldoende werk op de planning om te assisteren. Toentertijd zat er in Breezand een planner en ook een in Hillegom. Ik ging hen assisteren en dat ging ons toen met een klein clubje prima samen af. Zelfs het laden en lossen tussen de middag en ’s avonds deden wij er dan zelf nog even bij. Vandaag de dag zijn we in het drukke zomerseizoen met tien man sterk aan het plannen en lopen we met z’n vijven in de loods. Binnen ons bedrijf heb ik al meerdere functies vervuld. Juist die afwisseling in de afgelopen jaren vind ik leuk om op terug te kijken. Mijn drie kinderen (13, 16 en 18 jaar) dragen inmiddels ook hun steentje al bij en ook dat vind ik leuk om mee te maken. Normaal zag ik ze in de zomervakantie bijna nooit, maar nu wel. Of we hiermee de nieuwe generatie al aan het inwerken zijn kan ik nu nog niet zeggen. De tijd zal het leren.